05-07-06

Goebbels Joseph

HITLER ALS ULTIEME ORTHOPEED
Joseph Goebbels, Tagebücher 1924-1945. Herausgegeben von Ralf Georg Reuth. München 1992.
in: DM, 3-4-2002

Ineens is me duidelijk waarom ‘Herr Flick van de Gestapo’ uit de komische serie ‘Allo ‘allo mank loopt: het personage met zijn lange leren jas en zijn strak achterovergekamde zwarte haar is overduidelijk geïnspireerd op Joseph Goebbels, en jawel, Goebbels liep mank. Hij had een klompvoet, gevolg van een beenmergontsteking toen hij een jaar of vier was. Wie een verklaring zoekt voor dat zo buitengewoon opgewonden menneke dat bijvoorbeeld in 1943 in een afgeladen Berliner Sportpalast voor zijn beroemdste rede (‘Wollt ihr den totalen Krieg’) een staande ovatie kreeg die nog twintig minuten aanhield nadat hij van het spreekgestoelte was weggestrompeld — wie wil weten hoe iemand zo fanatiek en haatdragend kan worden, die komt uit bij die klompvoet (benieuwd welk excuus die applaudisserende menigte had). Maar Goebbels’ noodgedwongen gehompel is de reden dat Joseph Goebbels werd wie hij was.
Is het zo eenvoudig? Niet helemaal. God deed ook nog mee. Streng katholiek opgevoed als hij was, geloofde hij noodgedwongen in een Rechtvaardige God, en dus lag de vraag voor de hand waarom God hem zo had gemaakt dat de mensen hem bespotten en uitlachten. ‘Waarom moest hij haten, waar hij liefhebben wilde en liefhebben moest?’ schrijft hij in de Erinnerungsblättern 1897-1923, in telegramstijl geschreven notities over zijn jeugd, die voorafgaan aan zijn eigenlijke, in 1924 begonnen dagboek. Men zou voor minder besluiten dat God niet bestaat. Maar zover is het nooit gekomen. Helaas.
Integendeel: Goebbels’ wezen was geheel op goddelijke verlossing gericht. Het is een lange en bochtige weg van Christus naar Hitler, maar Goebbels heeft hem afgelegd en de één met de ander verwisseld. In 1918 had hij al eens een bijbelse tragedie in vijf bedrijven geschreven onder de titel Judas Iscariot (hij schreef ook nog andere toneelstukken en novellen). Judas is daarin aanvankelijk een trouwe volgeling van Christus, totdat hij begrijpt dat het Rijk Gods dat Christus in het vooruitzicht stelt, niet van deze aarde is. Hij verraadt Christus om, in diens plaats, Gods Rijk wel degelijk op aarde te realiseren. In Goebbels hoofd was er dus al enige tijd een vacature toen hij medio 1925 Hitler voor het eerst ontmoette. Daarover is in het dagboek merkwaardig genoeg niets terug te vinden. Wel over de tweede ontmoeting later dat jaar in Plauen. ‘Hoe ik van hem houd!’ noteert hij op 23 november 1925, ‘Wat een kerel! En hij vertelt de hele avond. Ik kan er niet genoeg van krijgen.’ Maar al eerder wordt Hitler omschreven als ‘Den, der da kommen werde’, als verlosser.
Verlossing waarvan? Een briljant orthopeed was Hitler bij mijn weten niet, en die klompvoet bleef een klompvoet ook nadat de man met snorretje en spuuglok voor Goebbels de incarnatie van de verlosser zelve geworden was. Maar die klompvoet was filosofie geworden (zoals de bochel van Kant wellicht een verklaring biedt voor diens filosofie), en de filosofie werd politiek. De spot en de hoon die Goebbels ten deel vielen als kind, het gevoel door zijn God bedrogen te zijn zonder hem los te kunnen laten (‘Mein Gott, warum hast du mich verlassen,’ noteert hij nog in 1925 in zijn dagboek), en niet in de laatste plaats zijn ‘geringe afkomst’, die hij zich bewust werd toen hij zijn lichamelijk gebrek bleek te kunnen compenseren met een scherp verstand en dus op scholen terecht kwam waar hij sociaal gesproken eigenlijk niet thuishoorde — het werd allemaal geprojecteerd op Duitsland. Zijn lot en dat van de natie vielen samen. In zijn ogen had heel Duitsland een klompvoet en bracht het nationaal-socialisme de verlossing voor die kwaal, aanvankelijk met de nadruk op dat ‘socialisme’. Goebbels bleef lange tijd het bolsjewisme (Lenin) toegenegen, ook al betekende dat dat hij op een zeker moment tussen marxisme en bolsjewisme een onderscheid moest maken (het eerste wees hij af). Het kapitalisme had hoe dan ook voor de ongelijkheid gezorgd waarvan hij steeds het slachtoffer was geweest — ook nadat hij het tegen de verwachtingen in met zijn ‘geringe afkomst’ tot doctor had geschopt, maar nergens werk vond en honger leed. Uiteraard duurde het niet zo heel erg lang voordat het kapitalisme, naar de mode van de tijd, door hem met het internationale jodendom werd verbonden, zoals natuurlijk ook het verderfelijke internationalistische marxisme joods van oorsprong was (‘Börse und Marxismus’, zo luidde het begrippenpaar dat Goebbels in de mond bestorven lag als het er om ging de baarlijke duivel te benoemen).
Zo werd Hitler dan toch de Ultieme Orthopeed, een voetdokter met de allure van een Christus en in 1925 was Goebbels inmiddels als enige redacteur van een strijdblaadje dat Völkische Freiheit heette in de juiste positie geraakt om diens megafoon te worden en zo ook in zijn nabijheid te geraken. Wie de dagboeken uit 1925 en 1926 leest voelt het enthousiasme. Het was nog voor de tijd dat de nazi’s geen uitroeptekens meer nodig hadden, omdat hun taal als vanzelf met dergelijke leestekens omgeven was (aldus Victor Klemperer in LTI. Die Sprache des Dritten Reichs). Zelfs de ‘Mittagserbsensuppe!’ die hij ergens tussen zijn kameraden geniet, wekt bovenmatig enthousiasme. In 1925 wedijvert de geestdrift over de opgang van de beweging nog met de weeklacht over zijn gebrek aan geld (ook dit met uitroeptekens: ‘Geldnot! Niemand hilft mir’), maar het één versterkt het ander: zijn beroerde omstandigheden versterken het geloof in een nationaal-socialisme dat een einde maakt aan alle ongelijkheid. En dat geloof zelf wordt steeds in bijbelse termen beleden.
Maar niet alleen dát geloof. Alles wat Goebbels in zijn dagboeken schrijft krijgt er meteen een paar verdiepingen bij. Dat is waar zijn denken pas werkelijk mank gaat. Alles is bovenmenselijk of het is niets, en ook als het niets is, is het bovenmenselijk niets, de afgrondelijkste afgrond. Men begint, Goebbels lezend, vanzelf te verlangen naar een ‘Spießbürger’ van de allersaaiste soort. Zijn vrouw, Else Janke, meende al vrij vroeg dat haar Joseph wel wat erg extreem dacht, maar dat zei ze na een wel heel erg hoogoplopende ruzie toen Goebbels ontdekt had dat Else’s moeder joods was. En wanneer Goebbels door gevoelens van liefde overspoeld werd — overigens ook vaak voor andere vrouwen — komen we via de bijbel al heel spoedig weer uit bij de liefde voor heel de Mensheid en dus bij nationaal-socialistische beweging. Alles kleeft hier aan elkaar als kauwgom in een blonde pruik.
Hadden we maar niet om hem gelachen! Dat kreupele jongetje! Die armoedzaaier! Ons was veel bespaard gebleven! Deze dagboeken bijvoorbeeld! Die bepaald niet in 1926 eindigen! (Al hield hij het op 30 oktober 1926 tot 14 april 1928 even voor gezien). Het geheel beslaat bijna 2400 bladzijden! Du lieber Gott! Voorgoed een blok aan ons been! Maar dat we niet op zoek gaan naar weer een Orthopeed! Amputeren! Alsnog!

15:41 Gepost door Marc Reugebrink | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.