30-05-06

Duyns Cherry

DUYNS BRENGT ONRUST EN WANHOOP ALS AANGENAME TIJDSPASSERING
Cherry Duyns, Dante’s trompet. Thomas Rap, Amsterdam 1993
in: NvhN, 21-1-1994.

Er verschijnen nogal wat romans waartegen je niet echt iets in kunt brengen. Ze zijn niet slecht geschreven, ze zitten qua opbouw goed in elkaar en ze lezen makkelijk weg. Het zijn gewoonlijk realistische romans in de traditie van de schrijvers die om mij onbegrijpelijke redenen nog steeds 'de grote drie' worden genoemd: Reve, Hermans, Mulisch. Alsof er sinds de jaren vijftig niets is gebeurd. Het zijn ook romans die na een paar bladzijden lezen eigenlijk grotendeels voorspelbaar zijn.
Dante’s trompet, het derde boek van de vooral als programmamaker bekend staande Cherry Duyns, is zo'n roman. Al na anderhalve bladzijde wist ik waar het in dit boek van 180 pagina's ongeveer op uit zou lopen.
Het boek begint met de beschrijving van een droom (sinds Reve's De avonden een beproefde opening): een man zit eenzaam aan het strand en ziet hoe zijn dochtertjes in zee door een hoge golf worden opgetild. 'Val niet', roept hij, maar is verder machteloos; de golf spat uiteen. Er komt een paardje uit zee dat zwarte lakschoenen draagt en naar White Linen geurt. Het wil een beschuitje met frambozen en zegt te kunnen fluiten. Het opent zijn mond en zegt: 'Veel tanden heb ik hè?' en de dromer ziet 'zwart bloed (...) en frambozen en kronkelende maden'.
De wetten van de realistische roman schrijven nu voor dat het in dit verhaal zal gaan over iemand die de tijd zou willen stilzetten, althans voor het verstrijken daarvan angst heeft (de golf, zijn dochtertjes). Maar dat lukt niet natuurlijk (tanden, bloed, maden). Het paardje komt hem dat vertellen. Wie dat paardje is, waarom het zegt te kunnen fluiten, blijft nog even onduidelijk, maar men zal als lezer ook op dit punt opheldering krijgen. In dit soort romans valt geen mus zonder reden van het dak (uitspraak van Hermans).
Het paardje is Elisa Klein, vrouw van de hoofdpersoon Victor Klein. Zij verlaat Victor na 25 jaar omdat hij nooit op de dingen ingaat, als stukjesschrijver een teruggetrokken bestaan leidt met enkel een papegaai als vriend (en die zegt alleen wat hem geleerd is) en altijd maar in de weer is met het verleden, vooral met de Tweede Wereldoorlog. Elisa heeft een reisbureau (natuurlijk: dynamiek, voortgang, méé met de tijd). Victor heeft ooit in Noorwegen kortstondig een verhouding gehad met Helle Munch (men denke aan Edvard Munch en diens schilderij De schreeuw), maar dat ligt achter hem en het is ook niet de reden waarom Elisa hem verlaat. Het is zijn reactie op die kortstondige ontreddering: dat hij voortaan geen gemoedsaandoeningen meer tot zich toelaat. 'Hij zou rustig voortgaan, alsof er niets was geschied'. Elisa maakt aan dat voornemen een eind. Haar vertrek is een gebeurtenis die hij niet kan ontkennen.
De rest van de roman gaat op aan Victors worsteling om dit verlies te accepteren, dat wil zeggen: om het verstrijken van de tijd te aanvaarden. Aanvankelijk trekt hij zich nog verder uit de wereld terug en leeft samen met zijn papegaai in één van drie torenflats aan de rand van Haarlem. 'Heden', 'Verleden' en 'Toekomst', zo heeft hij die flats gedoopt, en woont zelf natuurlijk in 'Verleden'. Daar hoort hij op een dag The Unanswered Question, een muziekstuk van de Amerikaanse componist Charles Ives op de radio. Het is een stuk waarin een trompet zevenmaal de vraag naar de zin van het leven stelt (denk aan de zeven bazuinen uit Openbaringen, die het einde der tijden aankondigen). Victor besluit trompet te gaan spelen.
Hij blijft onverminderd geïnteresseerd in het verleden, met name in het verleden van de trompet. Het instrument behoorde een man die het aan het eind van de oorlog te Berlijn tegen een horloge (!) geruild had met een Duitser. Die Duitser verdiende zijn geld onder andere met het vertonen van wassenbeelden (!). Eén van die beelden stelde Dante voor, en dat beeld had die trompet jaren in zijn handen gehouden. Als Victor naar Berlijn reist om met de zoon van die Duitser te spreken, hoort hij dat de trompet oorspronkelijk heeft toebehoord aan onderduikers. Die waren door de Duitser (een overtuigde Nazi) verraden. De trompet was oorlogsbuit. Victor kan daarna het instrument niet meer bespelen. Niet alleen vanwege die geschiedenis, maar ook omdat hij door te hard oefenen één van zijn tanden (!) is kwijtgeraakt.
De trompet leert Victor als het ware de tijd kennen en accepteren. Als hij de trompet in zee werpt, is hij gelouterd, dat wil zeggen: gericht op de dag van morgen. Zijn reis door de hel (het leven zonder Elisa, een verwijzing naar Dante's Goddelijke Komedie) is ten einde: hij moet mee met de tijd; dat is het enige antwoord op 'the Unanswered Question' naar de zin van het leven. Het enige verrassende is dat Victor niet ook nog zijn Amerikaanse polshorloge uit 1943 in zee werpt.
Omdat alles klopt, kan ik moeilijk anders dan Dante’s trompet een keurige roman noemen. Er zit ook net genoeg humor in om het verhaal niet larmoyant te laten worden en de verwijzingen naar de bijbel en de wereldliteratuur maken dat ook de erudiete lezer zich niet bekocht hoeft te voelen — al is Duyns wel eens bang dat de lezer bepaalde verwijzingen zal missen en maakt hij expliciet wat beter impliciet had kunnen blijven. Het is buitengewoon geruststellend allemaal, ook al gaat het over zaken die ieder mens onrustig zouden moeten maken. De keuze voor de traditionele romanvorm (een genre dat Duyns ontegenzeggelijk beheerst) heeft echter gemaakt dat men als lezer Victors onrust en wanhoop bedaard tot zich kan nemen, als betrof het een aangename tijdspassering. Dat zal het lezen van deze roman voor velen waarschijnlijk ook zijn. Voor mij is dat toch wat te weinig.

12:46 Gepost door Marc Reugebrink | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.