29-05-06

Durlacher G.L.

GROTE EMOTIES, PIJNLIJKE CLICHÉS
G.L. Durlacher, Niet verstaan. Verhalen. Meulenhoff, Amsterdam 1995.
In: NvhN, 3-3-1995

Bij verhalen van slachtoffers van de holocaust kan ik als lezer behoorlijk in de knoei komen. Niet zozeer wanneer het gaat om een verslag van wat iemand is overkomen, om het verhaal van de ooggetuige. Mijn afschuw, mijn verschrikking en mijn solidariteit zijn dan ondubbelzinnig. Maar wel wanneer die verhalen als literatuur worden gepresenteerd. In dat laatste geval gaat het immers plotseling niet alleen meer om de historische werkelijkheid die wordt afgebeeld, maar ook om het literaire gehalte, om de vorm die aan het verhaal is gegeven.
Als dat gehalte hoog genoeg is, maken de gebeurtenissen die worden verteld een nog grotere indruk dan wanneer het om enkel een verslag gaat. Dat is bijna ironisch. Maar misschien heeft dat te maken met het feit dat je als lezer van literatuur veel minder geneigd bent dat wat je leest als het verhaal van een ander te beschouwen. Een lezer van literatuur 'verliest' zich in wat hij leest, valt samen met de tekst, wordt 'medeplichtig', zo zou je kunnen zeggen. Zelfs als het gaat om autobiografisch werk. De persoon of het personage in het boek wordt deel van onszelf. Het overkomt niet langer alleen hem of haar; het overkomt ook ons, al lezend.
Maar wat moet je aan met als literatuur gepresenteerde verhalen over de holocaust die literair bezien volstrekt onder de maat zijn? Wat moet ik aan met Niet verstaan, de nieuwe verhalenbundel van de schrijver G.L. Durlacher?
Zou het werk van Durlacher niet volledig in het teken staan van de holocaust, ik zou niet hebben geaarzeld de verhalen in Niet verstaan te karakteriseren als pathetisch, opgeblazen, semi-literair, onmachtig geschrijf. Ik ben allergisch voor schrijvers die het hebben over 'een verlatenheid als van een poolnacht' en die zijn opgegroeid 'te midden van stiltes als donderwolken en uitbarstingen als bliksemschichten'. Schrijvers die nooit verbaasd zijn, maar meteen ‘verbouwereerd’, bij wie niet gewoonweg gevloekt wordt, maar altijd 'liederlijk' gevloekt. Schrijvers die 'meedrijven op golven van emotie', die staan 'op de ijsschots van eenzaamheid, verstijfd van schrik en koude' en bij wie 'grote natte sneeuwvlokken sterven op de ramen' en die geplaagd worden door 'de doorn van mijn achterdocht'. Ik heb het niet op auteurs van zinnen als deze: 'In een huis waarvan het dak als een rode ijsmuts over het voorhoofd is getrokken, waaronder de ramen als grote verbaasde ogen naar de stille straat blikken, vind ik een nieuw onderkomen bij een gezellige corpulente weduwe'.
Kortom: ik heb het niet zo op schrijvers die wat zij te vertellen hebben opsmukken met allerlei bijvoeglijke naamwoorden en niet zelden absurde beelden en vergelijkingen om hun verhaal een wat literair tintje te geven. En dat laatste is wat Durlacher op vrijwel iedere pagina van zijn verhalenbundel doet en wat mij vrijwel volledig verhindert om mij te 'verliezen' in wat hij vertelt. Zijn stijl verraadt de onmacht van iemand die nauwelijks beheersing heeft over zijn middelen: de taal waarin en waarmee verteld wordt. En dat leidt bij de beschrijving van de grote emoties waar het om gaat tot pijnlijke clichés.
Daar komt nog iets anders bij, iets wat het mij als lezer nóg moeilijker maakt, omdat het de onmacht zoals die blijkt uit de stijl als het ware motiveert. In Niet verstaan gaat Durlacher verder met het vertellen van zijn levensverhaal. Hij begint daar waar de met de AKO-literatuurprijs bekroonde bundel Quarantaine ophield: in het begin van de jaren vijftig, wanneer hij, eerst in Delft, later in Utrecht student is geworden. In de twee verhalen die over deze periode gaan — 'Een muis in Delft' en 'Sonja' (over zijn vriendschap met Sonja Witstein) — is Durlacher niets, maar dan ook niets anders dan een volledig verslagene. Hij is niet zozeer iemand bij wie de gruwelijke ervaringen littekens hebben achtergelaten, maar grote open wonden die nooit meer zullen helen.
Dat is verschrikkelijk, maar het allerergste vind ik nog wel dat het Durlacher dus niet lukt om die verslagenheid zo vorm te geven dat zij voor mij invoelbaar wordt. Integendeel, als ik deze verhalen lees, vind ik ze...ja, overdreven, pathetisch, irritant zelfs. En dat kan en mag ik niet vinden! Want als Niet verstaan iets duidelijk maakt dan is het wel dat hij zozeer door wat hem overkwam is overweldigd, dat hij de weg niet vindt naar een taal waarin hij dat tot uitdrukking kan brengen.
En eigenlijk is het nóg erger. Ik heb ter vergelijking namelijk nog eens zitten lezen in Durlachers debuut uit 1985, Strepen aan de hemel. In dat boek lukt het hem wél om ten opzichte van de ervaringen die hem bijna volledig hebben verwoest een distantie te vinden die het hem mogelijk maakt juist die ervaring voor derden voelbaar te maken. Van Primo Levi (Is dit een mens met name), weten we dat het schrijven voor slachtoffers van de kampen de enige manier kan zijn om dóór te leven. 'Het navertellen, getuigenis afleggen, dat was een doel om voor te overleven. Niet leven én vertellen, maar om te vertellen', schreef hij ooit. Alleen door je schrijvenderwijs telkens opnieuw over te leveren aan dat onzegbaar, niet uit te drukken verschrikkelijke, kun je misschien iets van jezelf redden. Nooit genoeg. Nooit meer helemaal. Het moet steeds weer opnieuw.
Dat is ongetwijfeld wat ook Durlacher drijft, maar — op het gevaar af dat ik hier ontoelaatbaar psychologiseer — zijn latere werk laat zien dat hij tegen de haast bovenmenselijke inspanning die het kost om de eigen herinneringen de baas te blijven, steeds minder opgewassen lijkt te zijn. Niet verstaan is een hopeloos boek, een 'slecht' boek zelfs — maar ik kan dat oordeel niet uitspreken zonder mij van de hopeloosheid daarvan bewust te zijn. Ik begrijp de noodzaak van dit boek: voor de schrijver. Maar ik kan er als lezer niet omheen dat dit boek volstrekt overbodig en mislukt is. Tussen dat begrip en die constatering ligt het schemergebied waarin ik mij voortdurend bevind.

17:37 Gepost door Marc Reugebrink | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.