03-04-06

Van Dis Adriaan

UITBRAAK UIT EEN GLAZEN KAMER
Adriaan van Dis, Indische duinen. Meulenhoff, Amsterdam 1994.
in: NvhN, 30-9-1994.

Als men per se wil, kan het vast wel: de nieuwe roman van Adriaan van Dis 'autobiografisch' noemen. De hoofdpersoon van Indische duinen heet weliswaar niet Adriaan, maar dat had vast heel goed gekund. Het zou me ook niet verbaasd hebben als Van Dis ervoor had gekozen zijn hoofdpersoon Nathan te noemen, want in zekere zin keert hij in dit inmiddels zevende boek van zijn hand terug naar zijn debuutnovelle Nathan Sid. Maar Van Dis koos daar niet voor. Hij koos voor een naamloze ikverteller. Dat die verteller door allerlei draadjes met de persoon van de schrijver verbonden is — het zal wel. Dat de familiegeschiedenis die hij uit de doeken doet voor een groot deel de particuliere geschiedenis van de auteur is — het zou me niet verbazen. Maar het interesseert me niet zo veel.
Veel interessanter is het om te kijken hoe een schrijver door middel van zijn verhaal het particuliere tot iets persoonlijks weet te maken. En dat betekent dat ik in het geval van Indische duinen niet in de eerste plaats geïnteresseerd ben in een verhaal óver Van Dis (door hemzelf verteld), maar in een verhaal ván Van Dis. Juist bij iemand als Van Dis is dit onderscheid (helaas) noodzakelijk: hij blijft, zelfs na ruim twee jaar televisieafwezigheid, voor de meeste mensen toch de Bekende Nederlander en dat staat gewoonlijkgarant voor een Story- of Privé-achtige benadering van zijn literatuur. Daarmee doet men Van Dis tekort.
Indische duinen geeft goed beschouwd ook geen aanleiding tot een dergelijke benadering. Wel is het onmiskenbaar een verhaal ván Van Dis. Ergens in Indische duinen beschrijft de ik-figuur hoe hij ooit als jongetje door een geheimzinnig virus werd getroffen, waardoor hij tijdelijk verlamd raakte. 'Ik moest in quarantaine en kreeg een glazen kamer. Geen pijn, want geen gevoel; ik was een hoofd, meer niet (...). Niet eerder voelde ik me zo gelukkig en veilig, ik snoof de buitenwereld op en verzon verhalen bij deklanken en de geuren.’ Je kunt je nauwelijks een betere karakterisering wensen van Van Dis' schrijverschap. De distantie tot de buitenwereld kenmerkt bijvoorbeeld ook zijn reisverhalen. Steeds speelt het onvermogen deel te nemen aan wat gebeurt, het besef enkel een toeschouwer te kunnen zijn van de werkelijkheid, een belangrijke rol in Van Dis' werk. Een schrijver in een glazen kamer, in quarantaine. Veilig. Geen pijn, hoe pijnlijk hetgeen hij waarneemt ook is.
Bovengenoemde passage is in ieder geval een uitstekende karakterisering van de hoofdpersoon van Indische duinen. Het boek begint, na een proloog over de moeder van de hoofdpersoon, met de dood van een halfzuster. De gebeurtenissen daar omheen worden beschreven met het, vaak wat goedkope cynisme dat de schijnbaar onaangedane hoofdpersoon eigen is. Het condoléance-register heet bijvoorbeeld: 'Balboekje voor haar laatste partij'. En als de ik-persoon de neiging heeft om in zijn toespraakje voor de crematie allerlei venijnigs over de overledene op te schrijven, roept hij zichzelf een halt toe met een: 'Je wilt het toch gezellig houden op zo'n dag'. Ook de antroposofische neigingen van zijn familie van oud-Indië-gangers, die de 'stille kracht' collectief verruild hebben voor het paranormale therapeutenjargon van de moderne kwakzalverij, wordt door hem regelmatig op de korrel genomen. Een nogal makkelijke prooi en op dit punt in het boek kreeg ik de indruk dat één en ander 'geestig' bedoeld was.
Misschien is dat ook zo, al kon ik er niet echt om lachen. Daarvoor is het een beetje te goedkoop allemaal. Maar die zo goedkope, cynische humor komt in een ander perspectief te staan wanneer duidelijk wordt dat de hoofdpersoon wel de laatste is die bij de dood van zijn halfzuster een in memoriam uit kan spreken. In feite weet hij nauwelijks iets van haar af. Haar dood is het beginpunt van de reconstructie van een familiegeschiedenis, de reconstructie van een verleden dat hij zelf niet heeft meegemaakt, maar dat hem desondanks heeft gemaakt tot wie hij is. Hij werd zelf geboren in Nederland, waar zijn uit het voormalig Indië afkomstige familie na oorlog en kampervaringen naar toe was gekomen. Zij zijn het die een geschiedenis met zich meedragen, een geschiedenis die grotendeels verzwegen en onder allerlei leugens verborgen wordt. Folteringen. Ontberingen.
Dwalend door de duinen achter het huis waarin de familie is ondergebracht, speelden deze gruwelijkheden een beslissende rol in de opvoeding van het kleine jongetje dat nu probeert de historische feiten op een rijtje te krijgen. Om eindelijk te worden wie hij zijn moet. Het is een poging uit de glazen kamer te breken waarin hij altijd heeft gewoond. Je kunt ook zeggen: het is een poging om naast een hoofd vol cynische relativering en distantie ook een lichaam te krijgen, een genetische fundering, die dat cynisme zelf enigermate relativeert.
Het neemt in het boek de vorm aan van een zoektocht naar de vader, op wie hij volgens een hele sleep rebbelende tantes qua uiterlijk veel lijkt. Een vader die hem met harde hand probeerde voor te bereiden op een nieuwe oorlog, een driftige maar verzwakte man, altijd maar aan het tellen (minuten, seconden) — een truuk, zo blijkt later, die hij vroeger van een fakir heeft geleerd om extreme pijn de baas te kunnen. 'Hij kon pijn verdragen of hij er zelf niet bij was', zo herinnert zich één van zijn medegevangenen wanneer de ik-figuurdie later opzoekt. Pijn verdragen of je er zelf niet bij bent: alleen een hoofd zijn, geen gevoel hebben. De identificatie van de ik-figuur met de vader, en daarmee die van de ik- figuur met een verleden dat hij zelf nooit heeft meegemaakt, voltrekt zich gedurende deze roman langzaam maar zeker. Aan het slot van het boek loopt hij het duin op en voelt zijn vader als 'een engel die boven mijn rug zweefde'.
Zo is Indische duinen een roman geworden waarin Van Dis niet alleen (hoogstwaarschijnlijk) zijn eigen familiegeschiedenis reconstrueert, maar vooral de wortels van zijn eigen schrijverschap blootlegt. Het boek motiveert de gedistantieerde reiziger die Van Dis in veel van zijn andere, wat mij betreft minder geslaagde boeken is geweest. Dat lijkt mij belangrijker dan het plat-autobiografische aspect. Maar het boek is ook een persoonlijk pleidooi voor deelname aan een werkelijkheid die in onze huidige cultuur gewoonlijk al gerelativeerd wordt voordat zij is ervaren, een pleidooi in de vorm van een geschiedenis over de realiteit van wat gewoonlijk 'de vergeten oorlog' wordt genoemd. Van Dis komt uit quarantaine.

15:24 Gepost door Marc Reugebrink | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.