03-04-06

Cartarescu Mircea

AMBIVALENTE ROMANTIEK
Mircea Cartarescu, Travestie. Vert. Jan Willem Bos. Nawoord van Sorin Alexandrescu. 176 p. Meulenhoff, Amsterdam 1996.
gesproken recensie bij Perdu, Amsterdam 8-3-1996

Ergens aan het einde van Cartarescu's roman Travestie wordt gewag gemaakt van 'de gruwelijke leeftijd van de adolescentie'. Het gaat er niet of nauwelijks om of men het als lezer op grond van zijn eigen herinneringen met deze karakterisering van de adolescentie eens is of niet. Maar het is wel van belang dat men zich als lezer een voorstelling kan maken van het type adolescent dat zijn eigen adolescentie als gruwelijk ervaart. Dat type is hier namelijk aan het woord en men kan daar als lezer maar beter op voorbereid zijn.
Want het gaat hier om niets minder dan de Zeer Eenzame Adolescent, de adolescent die zijn met hoofdletters geschreven eenzaamheid als een bordje om zijn nek heeft gehangen, opdat wij het goed kunnen zien. Hij zegt dingen als: ‘De eenzaamheid draagt het zaad van de waanzin in zich.’ Hij gelooft ‘dat er geen grotere kwelling en hel bestaat dan het geluk.’ Hij stelt: ‘Dit was mijn hele bestaan: in schriften opgetekende verzen, verzen die in gele straten en beschimmelde ruïnes werden gedeclameerd.’ Hij voelt, schrijft hij, ‘voortdurend de brok in de keel van iemand die buiten het spel is gebleven, van een buitenstaander die als een zonderling wordt beschouwd,’ maar dit zelfmedelijden leidt niet tot een veranderde houding; integendeel, onverminderd houdt deze adolescent vast aan ‘de hoogmoed van degene die weet dat hij de waarheid van de wereld in pacht heeft’, zoals hij het zelf omschrijft, en hij meent zelfs ‘op de drempel van de alschepping’ te staan. ‘Ik had me neergelegd bij de gedachte dat er voor mij slechts één toekomst kon bestaan,’ zo lezen we: ‘een zolderkamer met een stoel, een tafel en een bed waar ik mijn hele - korte, hooguit veertig jaar - leven zou wegrotten om een eindeloze, onleesbare roman te schrijven, die ze na mijn dood zullen vinden, naast mijn naar kadaver riekende lichaam, maar waar Alles in zou hebben gestaan, de hele wereld met al haar eigenaardigheden en haar afstotelijke betekenis.’
Zo'n adolescent dus, en daar moet men op voorhand tegen kunnen, anders wordt het lezen van Cartarescu's roman een kwelling waarbij die van de hoofdpersoon zelf bijna in het niet valt. Vrijwel iedere zin in deze roman is van deze geest doordrenkt, zwelgt in het zwelgen dat de adolescenten-romantiek gewoonlijk pleegt te zijn. Er is geen bladzijde zonder pathetische uithaal, zonder de gebruikelijke romantische hyperbolen, zonder dat voor de zich als romantische held opwerpende jongeling zo typerende narcisme en dat al even typerende heilige en zichzelf heiligende slachtofferschap, martelaarschap bijna. En dat alles is in de roman zonder een zichtbaar spoortje van ironie opgeschreven, als bloedige - ik ben zelfs geneigd te zeggen: al te bloedige ernst, want niet zelden zat ik tijdens het lezen naar adem te snakken en verlangde hevig naar de laatste bladzijde, als ik tenminste niet al tot het uiterste geïrriteerd was geraakt over, zo meende ik op dat moment, over zoveel tot niets leidend zelfbevlekkend en in andere opzichten zelfs buitengewoon bedenkelijk puberproza.
Nu ik de ademnood en irritatie voorbij ben en ik de laatste bladzijde heb gelezen, is wel iets duidelijker geworden waarom Cartarescu het perspectief van de in zijn zelf-medelijdende hoogmoed verdrinkende puber heeft gekozen om ons het hele verhaal in Travestie te vertellen. Of, laat ik exact zijn: in Travestie is het de 34-jarige Victor die herinneringen ophaalt aan de tijd toen hij zelf 17, en inderdaad zo'n bleekneuzige, verzen declamerende puber was, maar Victor doet dat in een stijl die duidelijk maakt dat hij sinds die tijd alleen lichamelijk maar 17 jaar ouder is geworden: zijn geest verwijlt nog immer bij die adolescent die meent op de drempel van de alschepping te staan.
Eén van de vooronderstellingen van Travestie lijkt te zijn dat een schrijver de dingen die hij zich herinnert al schrijvend her-beleeft; het is eigenlijk niet mogelijk herinneringen te beschrijven; je kunt herinneringen alleen maar schrijven, zo lijkt C?rt?rescu bij monde van Victor te willen zeggen. Pas in en door te schrijven weet je wat je je herinnert. Een schrijver maakt zijn herinneringen, hij kruipt in de huid van wie hij was. Voor Victor geldt dit in hoge mate, want behalve dat schrijven over het verleden voor hem herbeleving van dat verleden is, blijkt datgene wat hij 17 jaar eerder voor het eerst ontdekte hem tot op zijn 34ste levensjaar te kwellen. Hij heeft zich met andere woorden nimmer van zijn adolescentie kunnen bevrijden en hij schrijft dan ook over die periode om, zoals hij het met die hem kenmerkende overdrijving zegt, om de ‘kluwen te ontwarren, deze warboel van darmen, deze mandala die zich in mijn hersenen heeft geweven. Als schrijven, zoals men wel beweert, een therapie is, als het geneeskrachtig is, dan zou dat nu moeten blijken,’ schrijft hij, en vervolgt: ‘Ik zal bladzijde na bladzijde bekladden, ik zal de vellen papier gebruiken als gaas dat niet verzadigd raakt met inkt, maar met de ettering van mijn aloude wond. Misschien dat uiteindelijk alles erin zal worden opgenomen, en dat naarmate deze meer pus, meer wondvocht zullen bevatten, ikzelf van gif zal worden ontdaan.’Zo word je dus als lezer van Travestie min of meer in de positie van een psychiater geplaatst: je hoort het relaas van iemand die zich door in zijn eigen verle-den te duiken op een haast klassiek-freudiaanse wijze van iets wil bevrijden, van een traumatische ervaring. Nu heeft alle literatuur een duistere kern, een geheim dat ook de schrijver zelf niet kent, maar dat hem desalniettemin telkens maar weer naar het papier drijft. Elke schrijver heeft een blinde vlek die hij, als hij werkelijk schrijver is, nooit zal kunnen zien, hoogstens op het spoor kan komen en op het spoor kan blijven door almaar door te schrijven. Dat is de reden waarom ik niet geloof dat het geheim van Victor ook het geheim van C?rt?rescu zelf is. Victor moet voor Cartarescu zijn wat Lulu voor Victor is: een hiëroglief, een teken van iets.
Lulu is een jongen, één van de medescholieren van de 17-jarige Victor, die op een bonte avond ter afsluiting van een zomerkamp van de middelbare school, opgedoft als vrouw verschijnt en die in een hallucinerende passage Victor zelfs probeert te verleiden. Op het moment dat Victor Lulu als travestiet ziet verschijnen, is het hem alsof Lulu een spiegelbeeld van hem is. Dat heeft alles te maken met iets wat Victor in een nog verder verleden is overkomen: de suggestie in de roman is dat Victor vroeger een hermafrodiet was. Telkens ziet hij in dromen en hallucinaties, alweer als in een spiegel (Travestie is een waar spiegelpaleis), een 'zusje' dat hij vroeger gehad zou hebben. De verschijning van Lulu als travestiet zet hem echter op het spoor van het duistere geheim dat hij zelf dit 'zusje' wel eens geweest zou kunnen zijn.
Het geheim wordt hier dus met zoveel woorden min of meer prijs gegeven in dit verhaal en het leidt bij Victor ook tot de constatering dat hij zich nu ‘genezen’ weet, — genezen van de wond die hij in zichzelf voelde: de scheiding van zijn eigen vrouwelijke identiteit, waarbij die identiteit niet alleen maar een geestelijke aangelegenheid is, maar een lichamelijke basis heeft. Maar met die genezing is Victor wellicht ook genezen van die wat al te hevige romantische kloof tussen hem en de wereld, de kloof die maakt dat zijn relaas zovaak zo amechtig pathetisch klinkt. Misschien betekent het zelfs dat Victor nu van zijn schrijverschap genezen is.
Maar Cartarescu? Ik zei zo-even dat wat de jongen Lulu voor Victor was, Victor zelf voor Cartarescu moet zijn: een hiëroglief (zoals Victor het noemt), een teken voor het geheim dat Cartarescu zelf tot het scheppen van juist deze Victor bracht, tot het schrijven van een boek waarin elke ironie ontbreekt, waarin alles bloedige ernst is, waarin schrijven bloeden is, de tekst met recht een tekstlichaam, een vlezige woordenbrij of talige vlezigheid is, waarin over de kloof tussen ik en wereld heen gehaakt wordt naar - ja het lijkt wel of er gezocht wordt naar Verlossing? Ook op dit punt koester ik ambivalente gevoelens, en al helemaal wanneer ik in het nawoord van Alexandrescu lees dat Cartarescu aanvankelijk een typisch postmoderne schrijver was.
‘Van postmodernisme naar neoromantiek’, heet dat nawoord, en als ik die titel nu even losmaak van Alexandrescu's relaas maar regelrecht toepas op Travestie, dan lijkt zij aan te geven dat de onzekerheid omtrent de eigen identiteit die het postmoderne denken kenmerkt, hier verruild wordt voor weer een essentialistische definitie van het 'ik'. Wordt de postmoderne lacanïaanse openheid van verlangen zonder vervulling hier verruild voor de circulaire freudiaanse geslotenheid die het verlangen wil oplossen door het te herleiden? Wordt het feit dat Victor als hermafrodiet 'onvolledig' is, losgesneden van zijn vrouwelijke helft, wordt dat hier gepareerd met Plato's mythe van de androgyn? Van postmodernisme naar neoromantiek: is dat gaan van de onbehagelijke onvervuldheid van verlangens naar de suggestie dat vervulling mogelijk zou zijn; is het gaan van de onmogelijkheid om in enig metafysisch perspectief te geloven naar het ontwerpen van een dergelijk perspectief?
Ik behoor niet tot degenen die zich behagelijk voelen in een postmodern cultureel en politiek klimaat (zoals je van de medeleerlingen van Victor zou kunnen zeggen, die alles bespotten en cynisch geworden zijn), maar waar het onbehagen leidt tot de formulering van nieuwe boventijdse waarheden, tot het geloof in een identiteit, een ‘ik’ dat meent op de rand van de ‘alschepping’ te staan, haak ik al evenzeer af. Of is het bij Cartarescu uiteindelijk toch de verkleedpartij die de titel suggereert? Een travestie van de postmodernist die met zijn eigen onbehagen nog maar ternauwernood raad weet en zich verkleedt als de wrekende gerechtigheid met de absolute waarheid in pacht?

[De naam van de auteur moet als volgt gespeld worden: Het huidige programma accepteert de benodigde lettertekens echter niet]

12:04 Gepost door Marc Reugebrink | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.