02-04-06

Büch Boudewijn

HETZELFDE ANDERS, BETER VERTELD
Boudewijn Büch, Geestgrond. 153 blz. Arbeiderspers. Amsterdam 1995.
Boudewijn Büch, De kleine blonde dood. Herziene, uitgebreide editie. 213 blz. Arbeiderspers. Amsterdam 1995.
in: NvhN, 24-11-1995

Laat ik het nog maar eens zeggen: of bepaalde literatuur autobiografisch is of nietinteresseert mij niets en niemendal. Het gaat er mij bij het lezen om of de auteur zijn of haar boek zo heeft geschreven dat ik als lezer in staat wordt gesteld om van loutertoeschouwer een deelnemer te worden. Het gaat er bij literatuur niet om of hetgeen ik lees door de schrijver ook daadwerkelijk , 'echt' op die manier is meegemaakt. Het gaat er om of de manier waarop hij (al dan niet 'waar' gebeurde) voorvallen zo heeft beschreven dat zijn ervaringen al lezend ook de mijne worden, mijn 'waarheid', als u wilt.
Nu wil het geval dat me dat vrijwel nooit gebeurt bij de boeken die als sterk autobiografisch worden aangeprezen. Veel van die expliciet autobiografische romans zijn in mijn ogen weinig anders dan een verslag van wat iemand anders is overkomen. Ik word op zijn hoogst tot getuige gemaakt van gevoelens en ervaringen die ik grotendeels wel herken, maar die mij maar niet eigen willen worden.
Het duidelijkst wordt dat juist bij zaken die je niet zelf hebt meegemaakt, maar waarvan je de emotionele lading onmiddellijk begrijpt. Ik bedoel: wie ooit als ik zijn vader verloor, herkent in Van der Heijdens Asbestemming waarschijnlijk vrij veel, maar het feit dat men op dit punt de ervaring met de schrijver deelt, verdoezelt dat het in Asbestemming steeds en uitsluitend over de particuliere gevoelens van Van der Heijden gaat, en het boek van dat particuliere ook niet loskomt. Scherper gezegd: Van der Heijdens boek heeft mij over de dood van vaders in het algemeen helemaal niets te zeggen, laat staan over die van mijn eigen vader. Maar juist omdat ik de ervaring met de schrijver deel, kan aanvullen met mijn eigen herinneringen, valt het minder op dat Asbestemming hopeloos particulier blijft, een boek dat niks met mij en waar ik niks mee te maken heb.
Dat laatste wordt sneller duidelijk wanneer het in een boek gaat om iets wat ik níet zelf heb meegemaakt, zei ik zoëven. Ik kan het geschrevene dan namelijk niet aanvullen met iets uit mijn eigen herinneringen. Zo verloor ik nog nooit een kind; ik weet niet hoe dat voelt. En dus valt mij onmiddellijk op hoe hopeloos mislukt Boudewijn Büchs De kleine blonde dood eigenlijk is. Het enige dat uit dat boek opwalmt is de dikke lucht van pathetische woorden en platte waarheden, waarachter ik heel goed het verdriet van de auteur kan construeren als ik dat zou willen, maar zonder daar zelf ook maar een greintje van te voelen.
Ik word met andere woorden al lezend niet een vader die zijn kind verloor; het lezenleidt niet tot gedaanteverandering. Niet zoals ik lezend in Imre Kertész' Onbepaald door het lot een jongetje word dat in een concentratiekamp terecht komt bijvoorbeeld. Of een ander willekeurig voorbeeld: zoals ik lezend in Niemöllers De spier tot mijn eigen afgrijzen verander in een seriemoordenaar. In De kleine blonde dood blijf ik een buitenstaander die, ondanks het heus wel aanwezige medelijden, uiteindelijk toch zijn schoudersophaalt, omdat het mij niet werkelijk aangaat en ik persoonlijk veel te ver van de auteur afsta om de behoefte te voelen een hand op zijn schouder te leggen bij wijze van troost.
Integendeel, op een gegeven moment begon ik mij af te vragen waarom Büch dit allesooit per se in een boek wilde zetten en waarom hij anno 1995 meende nog eens met een nieuwe, herziene editie van De kleine blonde dood (oorspronkelijk 1985) te moeten komen. De twee nieuwe hoofdstukken die hij toevoegde en de correcties die hij doorvoerde hebben dit boek in mijn ogen nog steeds niet kunnen redden van het larmoyante en al te particuliere dat het van meet af aan al aankleefde.
Misschien is het omdat tegelijk met deze herziene en uitgebreide editie van De kleine blonde dood een boek verscheen dat wordt aangekondigd als het vervolg op die roman. Geestgrond heet het, en inderdaad: opnieuw gaat het om vader Rainer, zoon Mickey en diens moeder Mieke. Daarom is het ook geen vervolg op De kleine blonde dood. Het is hetzelfde verhaal opnieuw. Anders verteld, gebruik makend van andere gegevens en sommige zaken uit de vorige roman weglatend. Maar vooral: beter verteld.
Dat laatste heeft te maken met het feit dat Büch in Geestgrond een aantal typisch literaire trucjes heeft toegepast. Zo heet de hoofdpersoon hier niet Büch, maar Winkler Brockhaus. Die truc wordt in de roman zelf volvoerd, wordt niet gemaskeerd: na een deel waarin de ikpersoon met de schrijver samenvalt, lees je: 'Misschien is het beter dat ik mijn eigen verhaal verlaat en over de gedachten en handelingen van Winkler Brockhaus verder schrijf'.
Dat lijkt flauw, maar Büch maakt zo in zijn roman duidelijk dat de ervaringen die hijhier opnieuw beschrijven wil, afstand van node hebben. Om te begrijpen wat het is dat je drijft, moet je jezelf in een ander veranderen, zoals een lezer die al lezend in eenromanpersonage verandert via de seriemoordenaar of het jongetje in het kamp begint te begrijpen, of althans begint te vermoeden waar hij zijn grenzen trekt en waarom.
Vandaar misschien dat Büchs boek begint met het woord 'aftocht' en eindigt met hetwoord 'zoektocht'. Het hele boek is een serieus te nemen zoektocht naar de vader en juist daarom een aftocht uit de regionen van het al te particuliere, zelfmedelijdende zwelgen. Nog steeds heeft Büch wel de neiging om een beetje al te snel bij een sluitende, enkel voor hemzelf geldende verklaring uit te komen, maar uiteindelijk eindigt het boek met een mysterie, met een duistere, ook niet door de in het boek voorkomende figuur van de psychiater te verklaren kracht. Ik vermoed dat daar het werkelijke verdriet schuilgaat, het verdriet waarvan ik in dit boek dan eindelijk een glimp opvang, waarin ik bijna zou kunnen veranderen.
'Toen wist ik voorgoed dat ik het zou moeten vertellen. Ik nam mij voor grondig opzoek te gaan naar mijn vader', zo heet het aan het slot van Geestgrond. Je zou kunnen zeggen dat dit boek van dat voornemen het resultaat is, maar tegelijkertijd hoop ik dat Büch mij dit verhaal nóg eens en weer heel anders wil gaan vertellen, opdat ik de zoektocht naar zijn vader nog een beetje meer kan ervaren als tevens een zoektocht naar de mijne.

16:43 Gepost door Marc Reugebrink | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.