04-12-05

Van den Boogaard Oscar

HOU VAN MIJ! HOU VAN MIJ!
Oscar van den Boogaard, Sensaties. 179 blz. Querido. Amsterdam 2000.
in: DM, 24-5-2000

‘Vloeibaarheid maar geen vluchtigheid’, zo staat er in grote letters tussen tekst van normaal formaat op de eerste bladzijde van Sensaties van Oscar van den Boogaard. Een bladzijde later, al even groot: ‘intensiteit dus geen oppervlakkigheid’. Weer een bladzijde later: ‘voorlopigheid maar geen behoefte aan vastigheid’ en ‘I just wanna love more’. Waarna we bijna aan het slot van het eerste stuk uit deze bundel, bij wijze van uitsmijter, ‘vertrouwen maar geen geloof’ krijgen voorgeschoteld. Tussendoor lees je nog: ‘Wat ik me soms afvraag, zwevend tussen de mogelijkheden, wat is er persoonlijk aan mij? Wat is er onvervreemdbaar aan mij? (...) Ik kan me alles voorstellen, me overal bij neerleggen, van iedereen houden (...), ik denk altijd dat ik moet kiezen om te zijn wie ik werkelijk ben, die keuzes geven mij het gevoel dat mijn identiteit willekeurig is (...)’.
Van dat laatste geloof ik na lezing van alleen dit eerste stuk al helemaal niks meer. Eigenlijk heeft men aan het omslag al genoeg, waarop de heer Van den Boogaard zichzelf met ontblote rug, waarop in spiegelschrift het woord ‘Guilty’ is getatoeëerd, en met verzaligd gesloten ogen cheeck to cheeck met mevrouw Kristèl heeft laten afbeelden. Dit is beslist geen schrijver die twijfelt aan zijn eigen identiteit. Hoogstens een schrijver die met die twijfel koketteert in de wetenschap dat het in onze huidige cultuur nu eenmaal beter is je op die twijfel te laten voorstaan dan je door die twijfel tot vertwijfeling te laten brengen. De correcte formulering had dan ook moeten luiden dat Van den Boogaard wéét dat hij kan kiezen wie hij wíl zijn en dat het dan, onder andere carrièrematig gesproken, beter is te kiezen voor een identiteit die zichzelf als willekeurig presenteert. Dat is het beeld van de schrijver dat men op dit moment koestert.
Had hij dát maar geschreven. Sensaties had een boek kunnen worden waarin een schrijver het hele, stupide mechanisme blootlegde dat van schrijvers in de eerste plaats ‘persoonlijkheden’ maakt en van hun literatuur lichtbeelden bij hun particulier bestaan. Een boek over de pose waartoe de openbaarheid je dwingt, over de afstand tussen die pose en je ‘werkelijke’ persoonlijkheid, een persoonlijkheid die je alleen via de weg van de literatuur - via transformatie, projectie in personages en wat dies meer zij - moeizaam achterhaalt als dat wat nu juist aan je bewustzijn ontsnapt, als iets wat je niet kunt controleren en wat je misschien ook wel helemaal niet welgevallig is.
Als ik Sensaties lees op wat de schrijver ervan volledig ontsnapt, dan moet ik zeggen dat het een boek is van een ijdeltuit zonder weerga. Een boek van iemand die schrijft dat hij méér lief wil hebben, die suggereert met zijn liefde voor alles en iedereen geen weg te weten, maar die zich juist in dit soort beweringen toont als een op zijn rug liggend schoothondje dat er hijgend om smeekt dat toch vooral iedereen hém aardig vindt. Uit alles wat hij schrijft, blijkt dat hij iedereen naar de ogen kijkt en zichzelf ook alleen waarneemt in functie van andermans verwachtingen. Niet alleen die van dat zo abstracte ‘grote publiek’ dat hem sinds De heerlijkheid van Julia blijkbaar in de armen heeft gesloten, maar ook van de intellectuelen die bij datzelfde publiek wat minder goed in de markt liggen. Hij refereert bijvoorbeeld aan Gombrowics, Wallace Stevens, Calvino, Safranski, Broodthaers, aan Lectures on Literature van Nabokov - alles heel terloops uiteraard, en daarmee geeft hij aan zijn stukken een cachet dat ze uit moet tillen boven wat ze desalniettemin blijven: langgerekte columns die meermalen het niveau van een bakvissendagboek niet te boven komen.
Typerend voor deze houding is bijvoorbeeld het stukje waarin Van den Boogaard ons deelgenoot maakt van zijn zoektocht naar de juiste titel voor een roman die uiteindelijk Liefdesdood zou gaan heten. Bij alle suggesties spelen uitgevers, publiek en, als hij bedacht heeft dat het ding O moet heten, de overweging dat je op de computer van de bibliotheek minimaal twee letters moet intoetsen om iets te vinden, een belangrijke rol. ‘Een titel van één cijfer was ongeldig. De roman O zou zoek raken en nooit door iemand gelezen worden’.
Natuurlijk kan men zo’n stukje opvatten als satire, maar die dubbelzinnigheid bestaat alleen als men het los van alle andere stukken leest en is ook dan weer een symptoom van het verlangen om iedereen een plezier te doen, dat wil zeggen: ook de zogenaamd kritische intellectueel die de gang van zaken in het huidige boekbedrijf betreurenswaardig vindt en bij een stukje als dit aanleiding vindt om te glimlachen. Maar die leest beter het met zoveel meer venijn en überhaupt zoveel beter geschreven ‘Vier seconden supercode’ uit Foto’s met de aap van Pol Hoste. Wíe zegt u?
Want dat is het natuurlijk ook: Van den Boogaard is een publieke persoon en Sensaties is een boekje met stukken die eerder verschenen in Standaard der letteren, NRC Handelsblad en Vrij Nederland - bladen die, zoals dat kranten en weekbladen betaamt, rekening dienen te houden met de wensen van het grote publiek of met wat ze daar op onduidelijke gronden voor aanzien, en daarom ruim baan geven aan min of meer publiek geworden personen, ongeacht de onzin die ze uitkramen. Dat er in de stukjes van zo’n schrijver geen enkele oorspronkelijke gedachte staat, is daar niet zo erg - een pagina divertissement, waarom niet? -, maar samengebundeld tot zoiets als Sensaties wordt het een onoverkomelijke hinderpaal.
‘Als ik ons nu tegen zou komen zou ik ons afschieten’, schrijft Van den Boogaard als hij juist heeft verteld hoe hij en zijn hockeygenoten zestien jaar eerder myxomatose-konijntjes met hockeysticks doodsloegen. Ik hoop nu maar één ding: dat de schrijver niet hetzelfde hoeft te denken als hij over zestien jaar dit boekje nog eens leest. Maar daar is heel weinig kans op.


13:29 Gepost door Marc Reugebrink | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.