18-10-05

Aust Stefan


KIEZEN VOOR OF TEGEN HET LEVEN
Stefan Aust, Der Baader-Meinhof Komplex. Goldmann Verlag, München 1985, 1997. 668 blz.
In: DM, 31 oktober 2001

‘Dit boek mocht en mag geen aanklacht zijn noch het pleidooi van een verdediger,’ schrijft Stefan Aust in het voorwoord van zijn oorspronkelijk in 1985 verschenen, en in 1997 opnieuw in een uitgebreide en herziene versie uitgegeven boek Der Baader-Meinhof Komplex. ‘Het moet een protokol zijn,’ vervolgt hij, ‘een kroniek van de gebeurtenissen die hun voorlopige hoogtepunt vonden in de toenmalige bloedige “Duitse Herfst”, de ontvoering van en de moord op de voorzitter van de werkgeversorganisatie Hanns Martin Schleyer, en de ontvoering en bevrijding van de passagiers en bemanningsleden van het Lufthansa-toestel ‘Landshut’”. We schrijven 1977.
Misschien dat deze poging neutraal te blijven de reden is waarom Austs bijna 670 bladzijden tellende boek uit kon groeien tot het standaardwerk over de Baader-Meinhof Gruppe, de latere Rote Armee Fraktion. Wie het boek leest, hoeft zich niet meteen een sympathisant van de toenmalige terroristen te voelen - al kreeg ik vreemde blikken toen ik het kort na 11 september in de trein zat te lezen -, en evenmin wordt men gedwongen zich te identificeren met ‘De Staat’ waartegen al die terreur gericht was. Maar als het boek iets teweegbrengt, dan is het wel het bepaald ongemakkelijke gevoel dat men zelf niet neutraal kan blijven. En dat maakt ook meteen de waarde ervan uit.
Dat heeft veel te maken met het gegeven dat deze ‘kroniek van de gebeurtenissen’ zich laat lezen als een roman, of dan toch ten minste als een docu-drama. Het boek begint op 18 oktober 1977 wanneer in de streng bewaakte Stammheim-gevangenis te Stuttgart de lijken van Andreas Baader, Gudrun Ensslin en Jan-Carl Raspe in hun respectievelijke cellen worden gevonden; in een andere cel ligt een zwaargewonde Irmgard Möller - kopstukken van de eerste generatie van de RAF. Zelfmoord, zo heet het (Ulrike Meinhof zou al een jaar eerder zelfmoord hebben gepleegd), begaan met pistolen en messen die men in een dergelijke streng bewaakte instelling niet zou verwachten. Daarna springt het verhaal over naar 14 mei 1970 (wel de officiële geboortedatum van de RAF genoemd) wanneer Andreas Baader met veel geweld, en ten koste van gewonden en doden uit een gevangenis in Berlijn wordt bevrijd, waar hij een straf uitzat wegens brandstichting. Van daaruit - met korte ingelaste biografietjes over de hoofdrolspelers - krijgen we de voorgeschiedenis te lezen: de studentenprotesten in de jaren zestig, de dood van de student Benno Ohnesorg, brandstichting, bankovervallen, stadsguerrilla, met aandacht voor de rol die elk van de hoofdrolspelers daarbinnen vervulde.
Dat laatste maakt dat de beslissende stap waarover het in het boek eigenlijk steeds gaat - die van denken naar handelen, van kritiek naar revolutionaire daad - meer is dan een academische kwestie. Bij elk van de hoofdrolspelers gaat het om een persoonlijk besluit het ‘officiële’ leven op te geven en ‘der Weg in den Untergrund’ te volgen. Dat komt steeds neer op een keuze tegen datgene wat je in de samenleving een bestaan verleent, op een keuze tegen dat bestaan, kortom. Dat ging bij de één met meer zelftwijfel gepaard dan bij de ander. Baader en Ensslin waren bijvoorbeeld rigoureuzer dan Ulrike Meinhof, die misschien juist daardoor kon uitgroeien tot icoon voor alle links-intellectuelen met een slecht geweten: zij die in de jaren zestig heftig protesteerden tegen bijvoorbeeld de Vietnam-oorlog, tegen de ‘vermarkting’ van de samenleving (ook toen al) en de leugenachtigheid van de politiek, maar die de stap naar het handelen níet zetten. Meinhofs besluit om ondergronds te gaan, kwam pas na een immense worsteling, niet in de laatste plaats omdat een dergelijke stap ook betekende dat ze haar kinderen moest verlaten.
De kloof tussen denken en handelen blijkt vandaag de dag nog steeds zeer actueel, zeker nu de antiglobalisten in Carlo Giuliani hun eigen eerste dode hebben. Extreem neo-liberalisme vertoont fascistoïde trekken, holt in ieder geval de democratie uit. Maar Austst boek toont ook de ‘revolutionaire werkelijkheid’ van degenen die de stap wel zetten: de voor elk handelen noodzakelijke eendimensionaliteit ervan. Tot in de Stammheim-gevangenis werd per decreet geleefd. Hongerstakingen als protest tegen de onmenselijke ‘Isolierungshaft’ van de RAF-leden, werden van bovenaf (vooral door Baader en Ensslin) opgelegd. De rechtvaardigheid in naam waarvan de onrechtvaardigheid van ‘het Systeem’ werd bestreden met de meest extreme middelen, impliceerde een onmenselijke, van het individu zelf geabstraheerde vastberadenheid, een ‘koud intellect’. Zo bezien was de ‘Isolierungshaft’ mede zo onmenselijk omdat het als een daad van verraad werd beschouwd om zelfs met de gevangenbewaarders te praten. Je zou kunnen zeggen dat ‘het Systeem’ dat buiten de gevangenis als zijnde onmenselijk werd bestreden, binnen de gevangenis pas zijn ware gezicht toonde, pas werkelijk werd wat de RAF altijd al meende dat het was. Haar maatschappij-analyse werd met andere woorden een selffulfilling prophecy.
Maar ook buiten de gevangenismuren heeft het optreden van de RAF ervoor gezorgd dat burgerlijke vrijheden die voordien nog bestonden, ernstig werden beperkt en tot op de dag van vandaag in Duitsland nog niet weer zijn hersteld. Het lijkt er op dat pas door het optreden van de RAF de staat meer is opgeschoven in de richting van het repressieve ‘Systeem’ dat de RAF er daarvoor al in zag (en dat niet alleen in Duitsland). Het is de paradox van alle maatschappijkritiek, die in gematigde vorm te weinig vruchten afwerpt en wordt opgeslokt door wat ze nu juist kritiseert (Marcuse’s ‘repressieve tolerantie), en die in haar meer extreme vorm het tegenovergestelde bewerkstelligt van wat ze beoogt. Dit nog even afgezien van de soms wat merkwaardig ogende allianties waartoe de RAF zich in haar vastberadenheid ‘Revolution zu ma¬chen’ gedwongen zag - allianties met groepen waarmee ze alleen de terreur gemeen had, en die zelfs leidde, zo bleek na de Val van de Muur en de opening van de Stasi-archieven, tot innige samenwerking met de geheime dienst van een land die de staatsterreur tot haar handelsmerk had gemaakt.
Maar het is en blijft een paradox die steeds leidt tot hetzelfde dilemma. ‘Furchtbar ist es, zu töten. / Aber nicht andere nur, auch uns töten wir, wenn es nottut / Da doch nur mit Gewalt diese tötende / Welt zu ändern ist, wie / Jeder Lebende weiß,’ schreef Bertolt Brecht ooit. Na lezing van Aust, en in het licht van de actualiteit, blijft men zitten met het gevoel te moeten kiezen, en vooral ook: met het gevoel dat men óók kiest als men niet kiest.

11:13 Gepost door Marc Reugebrink | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.